Bijbel ( Stille Tijd )
Genesis 12 vers 10 t/m 20 :
Steeds " weer en meer " moeten we op God rekenen en niet zelf gaan rekenen.....

Deze pagina is gemaakt door
www.bobru.nl
 

 
Abram is in Kanašn. Hij antwoordde op Gods Woord.
Dus ook op Gods beloften. ( zie Genesis 12 vers 1 t/m 9 )
Maar dan breekt er een hongersnood uit in Kanašn.
Wat nu ?  Blijft Abram nu nog wel leven uit het geloof in God en Zijn Woord ?
" Hoe zouden wij reageren " moeten wij ons gelijk afvragen....
Abrams antwoord zou je kunnen vergelijken met de geloofsbelijdenis in de kerk.
" Ja zeggen " op Gods Woord en beloften, maar dan de realiteit ( de praktijk ) van de dag....
(Hongers)Nood stelt de mens op de proef. Geloof kent toppen, maar ook dalen.
" Welkom in de strijd " wordt meerdere malen gezegd
tegen de gemeenteleden die net geloofsbelijdenis hebben gedaan.
Antwoorden... (Ja zeggen) op Gods beloften en liefdevolle roepstem
betekent nog niet dat we de finish al hebben bereikt.
Het hemels Kanašn is niet op deze wereld !! We zijn onderweg !!!
En dat ondervindt Abram ook.... Hongersnood. In vers 10 staat : " En de honger was zwaar. "
Het is mogelijk dat een mens op de weg naar gelukzaligheid
grote moeiten en teleurstellingen ontmoet.

Abram trekt naar Egypte en vlak voor dat hij Egypte binnentrekt, vergeet hij God.
Abram gaat rekenen en leeft niet meer uit het geloof in God en zijn Woord.
Hij zegt tegen zijn vrouw : "SaraÔ, je bent knap en een mooie vrouw...
als de Egyptenaren je zien, zullen zij mij als je man doden en jou in leven laten.
Zeg daarom dat je mijn zus bent en dan blijf ik misschien leven.
Abram zegt zelfs : " opdat het mij wel ga om u." (vers 13)
Abram heeft goed gerekend..... De Egyptenaren zagen dat SaraÔ bijzonder mooi was.
SaraÔ wordt naar de farao gebracht en inderdaad ging het Abram " wel " omwille van SaraÔ.
De farao gaf Abram schapen, runderen, ezelen en knechten. Abram wordt rijk.
Rijk in de wereld, maar is hij ook rijk in eeuwigheid.... rijk in zijn ziel.
Abram heeft Gods belofte, Gods Woord, Gods genade losgelaten.
Abram zit op een doodlopende weg.

Wat is dat herkenbaar voor ons !!
Wij hoeven niet naar Abram te wijzen.
Kijk alleen maar in de spiegel ... een leugentje om bestwil. Niet de hele waarheid vertellen..
Het niet gezien hebben .....
Het zijn de omstandigheden en daar kunnen we niets aan doen.
Wat hadden we anders kunnen doen?
Voor Abram kunnen we ook onze eigen naam invullen.
En net zoals God tegen Abram heeft gesproken,
spreekt Hij nog steeds in Zijn Woord ( de Bijbel ) tegen ons.
Laten we dus maar niet Abram wijzen of hoofdschuddend naar Abram kijken.
Wanneer wij, net zoals Abram, zelf gaan rekenen, vergeten we Wie onze Schepper is.
We laten dan ons Thuis los. Dat deed de jongste zoon in de gelijkenis verloren zoon ook ..
Maar net zoals in die gelijkenis de vader blijft uitkijken naar zijn weggelopen zoon,
kijkt God ook naar Abram.
De doodlopende weg die Abram is opgegaan, wordt opengebroken door God.
Farao en zijn hof wordt getroffen door zware plagen om wat er met SaraŪ is gebeurd.
Farao ziet hier "meer" dan Abram..... (meer = Gods Hand)
Hij roept Abram en vraagt waarom hij heeft gezegd, dat SaraŪ zijn zuster was.
Dan geeft de farao SaraŪ terug aan Abram en stuurt hem weg uit Egypte terug naar Kanašn.
Niet gelovigen zien soms "meer" dan gelovigen.
Denk maar aan de hoofdman over honderd (centurio) bij het kruis van Gogoltha, die zei :
" Waarlijk, Deze was Gods Zoon. " (MattheŁs 27 vers 54)

Abram keert terug naar Kanašn
en het lijkt wel of daar nu ook zijn ogen van het geloof weer opengaan.
De zichtbare dingen ( de omstandigheden van de wereld ) hebben niet meer de boventoon,
maar Gods genade straalt Abram in zijn ogen en hart.
In Kanašn bouwt Abram een altaar. Om preciezer zijn : In Beth-El.
Dat is de plaats waar Abram zijn eerste altaar bouwde in Kanašn.
Abram keert terug en roept de Heere aan als zondaar, maar ook als begenadigde.

Vertalend naar deze tijd :
Terugkerend naar je doop, naar je geloofsbelijdenis, naar je wortels van je bestaan.
Terugkerend naar je Schepper, naar je Vader in de hemel,
Die je om Jezus wil je zonden wilt vergeven.

Begenadigen is genade schenken, is kwijtschelding, is amnestie geven, is gratie,
is eeuwig leven voor Gods Aangezicht.
Begenadigd door God, die verloren zonen en dochters zoekt en dwars door hun zonden hen wil zegenen met het eeuwige leven.
Zoals de jongste zoon in de gelijkenis van de verloren zoon ( Lukas 15 vers 11 -32 )
Want deze mijn zoon was dood en is weer levend geworden; en hij was verloren en is gevonden.
En zij begonnen vrolijk te zijn .......


Mag de Heere zo ook vrolijk zijn over u, jou en mij ??


BoBru 15062008


voor reacties: