Bijbel ( Stille Tijd )
Genesis 13 :
Gods raakt Abrams hart....

Deze pagina is gemaakt door
www.bobru.nl
 

 

Abram keert terug naar Kanašn
en het lijkt wel of daar nu ook zijn ogen van het geloof weer opengaan.
De zichtbare dingen ( de omstandigheden van de wereld ) hebben niet meer de boventoon,
maar Gods genade straalt Abram in zijn ogen en hart.
In Kanašn bouwt Abram een altaar. Om preciezer zijn : In Beth-El.
Dat is de plaats waar Abram zijn eerste altaar bouwde in Kanašn.
Abram keert terug en roept de Heere aan als zondaar, maar ook als begenadigde.

Vertalend naar deze tijd :
Terugkerend naar je doop, naar je geloofsbelijdenis, naar je wortels van je bestaan.
Terugkerend naar je Schepper, naar je Vader in de hemel,
Die je "om Jezus wil" je zonden wilt vergeven.

En vanuit die genade laat Abram zien, wat het is om gelovige te zijn.
Gods genade hebben Abrams ogen en hart geraakt.
Abram weet weer wat het is om op weg te zijn naar het hemels paradijs.
Zijn ogen zien meer..... veel meer dan zijn neef Lot.
Lot ziet wat voor ogen is. Hij kiest voor het aardse paradijs.
Net zoals Abram in Egypte rekent Lot zelf en niet met de HEERE.

Wat is er gebeurd ?

Abram en Lot hebben zo veel vee dat er te weinig land is om bij elkaar te blijven wonen.
Zo krijgen de herders van Abram en Lot hebben ruzie.
Een ruzie die ontstaat door de rijkdom van Abram en Lot.
Abram en zijn neef Lot hebben al zoveel meegemaakt: omzwervingen, honger, gebrek.
Al die tijd hebben ze elkaar geholpen en zijn ze bij elkaar gebleven.
En nu brengt de rijkdom ruzie en scheiding tussen elkaar.
Rijkdom kan zeer " zwaar " zijn. Het Hebreeuwse woord voor rijk heeft ook die betekenis.
Rijkdom is zeer zwaar om te verkrijgen, te behouden, om te verliezen en om rekenschap af te leggen.
Want alles wat een mens bezit, is van God gegeven......

Niet voor niets staat er in de Bijbel het verhaal van de rijke jongeling die Jezus wilde volgen.
Markus 10 vers 21 t/m 23:
En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem:
Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het den armen,
en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij.
22 Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.
23 En Jezus rondom ziende, zeide tot Zijn discipelen:
Hoe bezwaarlijk zullen degenen, die goed hebben, in het Koninkrijk Gods inkomen!


Rijkdom is zo vaak een bron van ruzie. De wereld is er vol mee.... De Bijbel staat er vol mee.
Wat gaan Abram en Lot doen om het op te lossen ?
Het is Abram die het oplost, want hij zegt tegen Lot: 
" Laat er toch geen ruzie zijn tussen ons. Wij zijn toch familie.... "
In een land waar Kanašnieten en Ferezieten wonen kunnen Gods volgelingen toch geen ruzie maken.
Deze geschiedenis laat ons duidelijk zien hoe we als gelovigen moeten handelen.
Ons optreden, onze meningen, onze woorden jagen eerder niet-gelovige mensen weg bij God,
dan dat zij door ons (gedrag) dichter bij God worden gebracht.
Abram heeft duidelijk in de gaten dat in de ruzie met Lot ook Gods Naam slecht in beeld komt.
Ruzie tussen mensen is niet naar Gods wil, maar ruzie tussen broeders helemaal niet.
Of zoals David dit in psalm 133 zegt:
1 Een lied Hammaaloth, van David.
Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen!
2 Het is, gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op den baard,
den baard van Aaron, die nederdaalt tot op den zoom zijner klederen.
3 Het is gelijk de dauw van Hermon, en die nederdaalt op de bergen van Sion,
want de HEERE gebiedt aldaar den zegen en het leven tot in der eeuwigheid.


Gods genade hebben Abrams ogen en hart geraakt.
Genade tot in eeuwigheid. Een zegen tot in eeuwigheid
En vanuit die genade, vanuit die zegen laat Abram zien, wat is het is om gelovige te zijn:
Abram stelt Lot voor om uit elkaar te gaan en Lot mag kiezen.
Het hele land ligt voor je open. Zo gij de linkerhand kiest, zo zal ik ter rechterhand gaan.
Zo gij de rechterhand kiest, zo zal ik de linkerhand gaan.
Hoewel Abram alle reden heeft om als eerste te kiezen, geeft hij Lot de ruimte.
De genade die Abram van God heeft gekregen werkt door in zijn keuze, in zijn handelen.
Bij de Heere is er altijd ruimte, altijd plaats voor zondaren met berouw.
Abram had van de Heere die ruimte ook gekregen om zich (opnieuw)te bekeren,
om vergeving te vragen en die ruimte geeft hij ook aan Lot.
In MattheŁs 5 laat Jezus zien wat dat betekent :
1 En Jezus, de schare ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was,
kwamen Zijn discipelen tot Hem.
2 En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende:
3 Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
4 Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.
5 Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven.
6 Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.
7 Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.
8 Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.
9 Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.
10 Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
11 Zalig zijt gij, als u de mensen smaden,en vervolgen,en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.


Hoe doen wij dat ? Geven wij ook die ruimte aan (zondige) mensen ?
Aan mensen die met een kloppend hart voor het eerst of na een lange tijd de kerk binnen lopen.
Aan mensen die voor het eerst of na een lange tijd aan het Heilig Avondmaal gaan. 
Wij hebben toch ook elke keer die ruimte van vergeving nodig ?
Hoe vaak hebben wij net zoals de psalmdichter van psalm 118,
uit benauwdheid tot de Heere geroepen ?
En hoe vaak heeft de Heere ons in de ruimte van Zijn vergeving, van Zijn genade gezet ?
Ontelbaar vaak; ontelbaar veel ......
Psalmen 118:5
Uit de benauwdheid heb ik den HEERE aangeroepen; de HEERE heeft mij verhoord, stellende mij in de ruimte.

Lot mag kiezen en kiest met zijn ogen.
Hij kijkt naar de wereld om zich heen en kiest naar wereldlijke maatstaven.  En die zijn altijd tijdelijk.
De hele Jordaanvallei was rijk aan water ...... vruchtbare grond. Een aards paradijs.
En daar is geen woord teveel over gezegd, want er staat in Genesis 13 vers 10:
En Lot hief zijn ogen op, en hij zag de ganse vlakte der Jordaan, dat zij die geheel bevochtigde; eer de HEERE Sodom en Gomorra verdorven had, was zij als de hof des HEEREN, als Egypteland, als gij komt te Zoar.
De hele Jordaanvallei was als de hof des HEEREN..... !
Maar die hele Jordaanvallei was niet het land van ImmanuŽl ( God met ons ).
Wel een aards paradijs, maar geen hemels paradijs,
want in datzelfde vers 10 worden Sodom en Gomorra genoemd
.
In Sodom woonden mensen die zwaar tegen de HEERE zondigden.
Lot kiest voor welvaart in een omgeving die niet met de HEERE rekent.
Een aards paradijs zal nooit eeuwig bestaan. Hoe zijn onze keuzes ? Hoe kijken wij ?
MattheŁs 16 vers 26 :
Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als hij er het leven ( zijn ziel ) bij inschiet ?
Wat zou een mens niet overhebben voor zijn leven ( zijn ziel) ?

Het eerste wat we weer horen van Lot is dat hij in gevangenschap is weggevoerd,
nadat de inwoners van Sodom en Gomarra gevlucht zijn en de stad is geplunderd.
Daarna het bericht dat Sodom en Gommara door de Heere wordt verwoest.
En als laatste dat Lot met zijn gezin is gevlucht om niet met Sodom en Gomarra ten onder te gaan.


Abram krijgt van God de opdracht om zijn ogen op te heffen naar het land om zich heen.
Kijk eens goed om je heen, Abram. Naar het noorden, naar het zuiden, naar het oosten en westen.
Al dat land geef ik aan jou en je nakomelingen, voor altijd.
En die nakomelingen zulle even ontelbaar zijn als alle stofdeeltjes op de aarde.
Maak u op, wandel door dit land, in zijn lengte en breedte, want Ik zal u het geven.
En Abram sloeg zijn tenten op en woonde aan de eikebossen van Mamre bij Hebron.
Daar bouwde Abram een altaar voor de Heere.

Dat wat God ons toont, is oneindig veel beter en te wensen
dan alles wat de wereld ons voor ogen houdt. (Matthew Henry)

En God toonde Abram het beloofde land.
Het land van ImmanŽl;  "God met ons" waar voor iedere oprechte zondaar ruimte is.


BoBru 17102008


voor reacties: