PSALMEN
Deze pagina is gemaakt door
www.bobru.nl

PSALM 9


God kennen, vertrouwen en loven

Psalm 9 staat niet op zichzelf...
Wanneer we goed ( in het Hebreeuws) naar deze psalm kijken,
zien we het schema van het Hebreeuwse alfabet.
Dat loopt door in psalm 10. Hierdoor ontstaat er een schitterend dichtwerk.
Ook de inhoud is in beide psalmen hetzelfde.... Het gaat over de vijanden van David,
In psalm 9 zijn het "heidenen" en in psalm 10 zijn het "goddelozen." Zit daar verschil in ?
Heidenen en goddelozen zijn toch vanzelfsprekend "vijanden" van een gelovige.
In deze psalm gaat het over heidenen die denken dat zij God zelf zijn en daar naar leven.
De nooddruftige, de gelovige, de zwakke worden door deze heidenen verdrukt.
Recht wordt krom en krom wordt recht.....
David heeft hier als gelovige mee te maken, maar weet ook van Gods heil en Gods overwinning.

Boven deze psalm staat in de Staten-Vertaling " Danklied voor een grote overwinning."   
Dat is ook de inzet van David in vers 2 en 3 :
" Ik zal de HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen."
In U zal ik mij verblijden, en van vreugde opspringen; ik zal Uw Naam psalmzingen, o Allerhoogste !"


Wat opvalt in deze verzen is de totaliteit van Davids vreugde !
Het is zijn ganse ( hele ) hart wat de HEERE zal loven. ( Een half hart is geen hart )
Alle wonderen van God zal hij vertellen.... Het één roept het ander op....
God loven... wonderen vertellen .... in God verblijden ....opspringen van vreugde... psalmzingen ....
Zoals het ene schakeltje aan het andere schakeltje zit en zo een ketting vormt,
vormen al deze lofprijzingen een kostbaar sieraad.
Elke gelovige kan, mag en moet dit sieraad met blijdschap dragen...
God is het toch die de mens bewaart, vergeeft, bekeert, verlost en heiligt....
O Allerhoogste, ik zal Uw Naam psalmzingen !

Wat een begin ...maar waarom ?
David geeft na de lofprijzing in vers 3 t/m 7 gelijk het antwoord.
Vijanden, goddelozen, heidenen..... David kan nog maar één ding doen.
Vluchten naar de Rechter der gerechtigheid.
Deze Rechter zit op de troon en spreekt echt recht ( vers 5 ).
Deze rechtspraak zal tot in de eeuwigheid zijn ( vers 6 ).
Maar zingt David deze psalm nu niet tegen beter weten in ?
Zeker als we heel even naar psalm 10 kijken, waar hij het uitroept:
" o HEERE! waarom staat gij verre van mij ? " ( psalm 10 vers 1 )
Kijk toch eens om je heen... de problemen, het geweld, de armoede, ziekte en oneerlijkheid !!
Kijk toch eens om je heen en je zegt de woorden van psalm 10 volmondig na...
Waar bent U God ? Waarom grijpt U niet in ?
Lofprijzen, bidden.... Helpt het allemaal wel ? Kunnen we er niet beter mee stoppen ?
David zingt tegen beter weten !!!! Toch ???
 

Maar de HEERE zal in eeuwigheid zitten.... Daar houdt David zich aan vast.
David denkt aan Gods eeuwigheid !!
Want vergeet niet dat wat wij met onze ogen zien " vergankelijk " is.
David denkt aan Gods gerechtigheid !!
Want vergeet niet dat God de Alfa en de Oméga, de Eerste en de Laatste is.
David denkt aan Gods soevereiniteit !!
Want vergeet niet dat God altijd Dezelfde blijft !!
David weet dat God altijd Zijn Woord heeft gehouden en zal houden...
Daarom weet David vanuit het verleden dat er geen twijfels zijn voor de toekomst,
want dezelfde Almachtige God zat, zit en zal zitten op de troon der heerschappij.
Zo kan David met vast vertrouwen juichen over zijn veiligheid.
Zo mogen wij met vast vertrouwen juichen over onze veiligheid... nu en voor alle tijden en eeuwen.
Zingen wij het dan mee met David in vers 10 en 11 :
" En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor den verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid.
En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken. "

Nu is er een verschil tussen "kennen en kennen."
Gods Naam kennen is niet alleen maar van God weten, als een uit het hoofd geleerde Naam.
Kennen in de Bijbel heeft een veel diepere betekenis : " gewaar worden, ervaren. "
Daarom staat er in vers 11 ook vertrouwen...  Dat betekent " wandelen met God."
In heel je bestaan, in heel je leven, in voor- en tegenspoed tot God gaan, omdat Hij je Vader wil zijn.
David heeft dat ervaren ( in deze psalm, maar ook in heel zijn leven ).
Niet voor niets wordt David "de man naar Gods hart" genoemd.
Ondanks de dreigingen van de heidenen, van de goddelozen, maar ook van zijn zonden,
ging hij steeds weer op de knieën voor God en bad tot  de HEERE. Hij wist: " God laat mij niet los ! "
Daarom roept David het uit in vers 12 ( ook tegen ons ) :
Psalmzingt den HEERE, Die te Sion woont; verkondigt onder de volken Zijn daden.
Kunnen en durven wij het met David mee zingen ?
Zien, horen en merken anderen aan ons de liefde van God ?
Psalmzingen en geven wij Gods zegen door aan de mensen om ons heen ?
Dat is allemaal niet vanzelfsprekend !
Juist in tijden dat het lijkt alsof God " van verre " is....
Wanneer de problemen je boven het hoofd groeien ....
Wanneer de (doods)vijand nadert en je van alle zijden benauwt....
Kunnen we dan nog psalmzingen ?
Gods zegen doorgeven aan anderen ?

In psalm 9 zien we de toppen en de diepe dalen van het geloof !!
In vers 12 roept David ons op om God te loven en te prijzen,
maar een geweldige schok kijken we in vers 14 tegen de toppen van vers 12 aan.
Van het psalmzingen zijn we in vers 14  beland bij de poorten van de dood.
En toch.... David weet dat zelfs bij de poorten van de dood God Zijn Naam waar maakt !
HEERE : "IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL ! ( Exodus 3 vers 14)
En vanuit dat kennen en vertrouwen roept David Gods Naam aan,
opdat hij opnieuw de lof aan God in de poorten van Sion zal laten klinken.
Het gaat zelfs verder en dieper : " dat ik mij verheuge in Uw heil. " (vers 11)
Dat is het heil waar men zich echt in kan verheugen..... Maar waarom dan ?



Gods heil geeft hoop.... geeft uitzicht.
Gods Vaderlijke liefde geeft ons een gelukzalige onsterfelijkheid.
Zelfs als alle hoop op het leven is afgesneden, zal God Zijn kinderen uit het graf voeren
We mogen weer op de toppen van het geloof staan
en zo in de toekomst een wereld zien vol met Gods gerechtigheid.
Dat laat David ondubbelzinnig in vers 16, 17 en 18 horen:
- de heidenen zijn gezonken in de groeve ( vers 16 )
- de goddeloze is verstrikt in het werk van zijn handen ( vers 17 )
- De goddelozen zullen terugkeren , naar de " sheol/sheloah " toe,
alle godvergetende heidenen ( vers 18 )
Met het Hebreeuwse woord " sheol/sheloah " laat David zien dat het verder gaat dan alleen het graf.
David bedoelt hier meer dan alleen het " gewone " sterven.
David bedoelt hier de hel. De eeuwige plaats zonder de eeuwige liefde van de eeuwige God.

Gods heil geeft hoop ... geeft uitzicht.
Daarom kan David het in vers 19 zeggen :
" de nooddruftige zal niet voor altijd vergeten worden. "
Het geduld van de verdrukten zal niet voor niets zijn geweest.
Alles waarop zij hoopten, zal tijdens het vrederijk van God, waarheid en werkelijkheid worden.

Gods heil geeft hoop ... geeft uitzicht.
Daarom roept David in vers 20 en 21 naar God om op te staan.
Daar staat : " Sta op, HEERE ... laat de heidenen weten, dat zij mensen zijn.
In psalm 9 gaat het dus over heidenen,
over mensen die God totaal zijn vergeten en denken dat zij zelf " God " zijn.
Daardoor speelt God geen rol in hun leven en houden ze alleen maar rekening met zichzelf.
De nooddruftige, de gelovige, de zwakke worden door deze heidenen verdrukt.
Recht wordt krom en krom wordt recht..... Wat moet je dan doen als gelovige ?
Waarom staat er dan boven deze psalm " Danklied voor een grote overwinning ? "
Waarom een uitspraak vanaf de toppen van het geloof ?



Het antwoord vinden we in verzen 13,14 en 15 :
13 Want Hij zoekt de bloedstortingen, Hij gedenkt derzelve; Hij vergeet het geroep der ellendigen niet.
14 Wees mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijne haters mij aangedaan,
Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods;
15 Opdat ik Uw gansen lof in de poorten der dochter van Sion vertelle, dat ik mij verheuge in Uw heil.

Christus bloedstortingen heeft ons genade gegeven en verhoogt uit de poorten van de dood.
Daarom kunnen en moeten wij met David in de poorten van ons leven
over Gods heil vertellen en zingen.

Christus ging de poorten van de hel binnen
om voor ons de poorten van Gods eeuwige Koninkrijk te openen.

Daarom :

2) Ik zal den HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen.
3) In U zal ik mij verblijden, en van vreugde opspringen;
     ik zal Uw Naam psalmzingen, o Allerhoogste!
 

Met heel mijn hart zeg ik U dank,
vertel ik van Uw wonderdaden.
Gij helpt mij en Gij kiest mijn kant
Gij hebt mijn last op U geladen


De poorten van de dood zijn dicht,
nu Gij Uw kracht doet gelden.
Dankzij Uw waarheid en Uw licht
worden zwakken helden.


Gij die een God van armen zijt,
die al wat lijdt wil helen
geef dat we eens Uw eeuwigheid
met alle heiligen delen.


Enkele verzen uit psalm 9
vertaald en bewerkt door Piet Thomas

 

HEERE, dank U wel dat U mij helpt
dat U mij ziet ondanks mijn zonde.
Ik kan niet anders dan met mijn hele hart
U hiervoor danken en loven !!!


Door Uw sterven
en Uw Opstandingskracht, HEERE,
zijn mijn zonden gestorven
mag ik in mijn zwakte leven.


Mijn zondig leven maakt mij klein
maar Uw heil maakt mij heel
Laat mij met vele anderen ontslapen in Christus
om door Christus eeuwig in Uw Koninkrijk te ontwaken


BoBru

BoBru 05042006