PSALMEN
Deze pagina is gemaakt door
www.bobru.nl

PSALM 19


Gods Heerlijkheid in natuur en Wet
 

Bij het overlezen van psalm 19 lijkt het algauw dat deze psalm uit 2 delen bestaat.
De aanhef boven deze psalm in de Staten-Vertaling wijst daar ook naar toe.

De heerlijkheid van God kun je zien in de natuur. (1 t/m 7 )
De heerlijkheid van God zie je ook in Zijn Wet ( vers 8 t/m 12 )
De laatste verzen zijn een reactie op de Wet,
wanneer David door de Wet zijn zonden leert kennen. ( vers 13 t/ 15 )

Zou David het ook zo bedoelen ? Moeten we psalm 19 als 2 aparte delen lezen ?
Het eerste deel geschreven voor alle mensen….
En het tweede deel dan nog voor de gelovigen ……

De meeste mensen hebben het gevoel wat David beschrijft
in de eerste 7 verzen van psalm 19 wel eens gehad.



De schoonheid, de veelkleurigheid, de verscheidenheid
en de wonderlijke pracht van de natuur laat mensen beseffen,
dat er meer is … of dat er in ieder geval iets of iemand moet zijn.
De mens kan dit nooit gemaakt hebben, de mens is zo klein….. 
Zo'n gevoel hebben we heel sterk als we bijv. in de bergen lopen
of iets van de natuurkracht voelen of meemaken.



Maar David heeft helemaal geen vaag gevoel over "iets of iemand" wat er is,
wanneer hij naar de natuur om zich heen kijkt.
Heel duidelijk wijst hij naar Zijn God, Die de Schepper van hemel en aarde is !!! ( vers 2 )
Alles is gemaakt door Gods handen.
Het boek van de natuur schrijft God de eer toe
van zijn schoonheid, veelkleurigheid, verscheidenheid en wonderlijke pracht.

David laat in deze psalm zien
dat dit elke dag, elke week, elk jaar, elke eeuw is geweest en nog steeds is en zal blijven.

In vers 3 is het ritme te lezen
waarin " het werk van Gods scheppende handen" steeds wordt door gegeven.
Dag aan dag wordt in overvloed gesproken over Gods schepping.
Ook de nacht geeft het door aan de nacht dat God de wereld " tov " heeft geslapen.
Het is zo "tov" dat er zelfs niet gesproken hoeft te worden ( vers 4).
David zegt " Kijk om je heen en aanschouw de grootsheid van de natuur….
En dan maakt het niet uit waar je woont of leeft.
Het wordt over de gehele wereld gezien (vers 5)

Uw, o HEERE, is de grootheid, en de macht, en de heerlijkheid,
en de overwinning, en de majesteit;
want alles, wat in den hemel en op aarde is, is Uw:
Uw, o HEERE, is het Koninkrijk, en Gij hebt U verhoogd tot een Hoofd boven alles

1 Kronieken 29:11 

David gaat nog dieper in op Gods schepping door de zon te noemen.
De zon spreekt in elke cultuur, natuur en tijd tot de verbeelding van mensen.
Niet voor niets hebben vele volkeren " een zonnegod" aanbeden.
De zon geeft licht, de zon geeft warmte, de zon is belangrijk voor het leven.
Maar wie heeft de zon geschapen ?
Wie heeft de zon gericht om "zijn pad" te lopen ?
David geeft in de verzen 5,6 en 7 op een dichterlijke/poëtische wijze antwoord.

Zoals de zon opgaat en zijn loop over de aarde gaat,
zo is het God (Schepper van de zon) die over de aarde gaat en deze regeert.
Hij geeft " Licht ",  Hij geeft " Leven " door Zijn Zoon Jezus Christus.

De zon wordt in deze psalm vergeleken met " een bruidegom " 
Jezus is de Bruidegom en Zijn gemeente ( gelovigen) de bruid.
Jezus wordt in het Nieuwe Testament " Zon der gerechtigheid" genoemd.
Wanneer je dit weet en gelooft,
is de overgang naar Gods Wet eigenlijk helemaal niet zo vreemd……

Maar wanneer je de psalm "gewoon" leest, is het wel vreemd
dat David zonder aankondiging overstapt van Gods schepping naar Gods Wet.
En net zoals Gods schepping "tov" is/was, zo is Gods wet ook "tov" !!!

De Wet des Heeren is volmaakt. Waarom ?
De Wet des Heeren bekeert de ziel.
De Getuigenis des Heeren is zeker (en blijft tot in eeuwigheid)
De Wet des Heeren geeft de slechte (mens) wijsheid
De bevelen des Heeren is recht(vaardig)
Het Gebod des Heeren is zuiver
De vreze des Heeren is rein
De rechten des Heeren zijn waarheid
met als gevolg "dat het hart zich verblijdt en de ogen worden verlicht"

De verzen 8 en 9 laten zien dat Gods Wet ons "de Weg" wijzen
naar de Schepper van hemel en aarde, naar de schepping zoals Hij die heeft bedoeld….

En laten we toch eerlijk zijn …
Al Gods geboden zijn " woorden " die ons beschermen t
egen verdriet, pijn, teleurstelling, boosheid, eenzaamheid en ellende.

Een voorbeeld van Gods wet :
" En gij zult niet begeren uws naasten vrouw;
en gij zult u niet laten gelusten uws naasten huis, zijn akker, noch zijn dienstknecht,
noch zijn dienstmaagd, zijn os, noch zijn ezel,noch iets, dat uws naasten is." 

Hoeveel boosheid, pijn en verdriet zou er NIET geweest zijn,
als wij daar meer aan zouden denken en doen ?
Daarom laat David merken dat " de Wet des Heeren"
zoveel begeerlijker is dan goud en zoeter is dan honing.

Want het houden van Gods wet geeft welgelukzaligheid ( zie psalm 1)
Maar dan schrikt David. Hij ziet zichzelf….. in Gods wet.
Gods wet stelt hem schuldig en laat hem zijn zonde zien.
David kan niet anders dan roepen om behoud en reiniging van zijn ziel en leven.
Maar reinheid kan men alleen krijgen door kwijtschelding van schuld door God
en een verlangen om Gods wet te volgen en te dienen.
Omdat we leven in een " gebroken " wereld is dit onmogelijk voor David,
onmogelijk voor ons.

Maar laten we nog eens teruggaan naar het begin van deze psalm, naar de natuur….
De prachtige natuur, de regelmaat van de opgang en ondergang van de zon,
moet je zien met de ogen van het geloof. Het zijn "eye-openers" …..




Het ritme in vers 3 spreekt van de zorg van de Heere over Zijn schepping
De zon die verwarmt en verlicht spreekt van Gods liefde.
Ja zelfs de hitte van de zon in vers 7 spreekt over God, maar dan wel over Gods toorn
voor de mensen die de verzen 1 t/m 7 zien als reden om de natuur te aanbidden.
(dat kan ook de mens zelf zijn !! )

De schoonheid, de veelkleurigheid, de verscheidenheid
en de wonderlijke pracht van de natuur zijn de weerspiegelingen…..
dat Gods schepping en herschepping "tov" zijn
en dat God niet laat varen het werk Zijner handen. (psalm 138)

God heeft dat laten zien door Zijn Zoon Jezus Christus, de Zon der gerechtigheid,
Die op Golgoltha Gods wet heeft volbracht !!!
Daarom eindigt David dan ook om zijn Heere
"mijn Rotssteen en mijn Verlosser!" te noemen.
 

BoBru 20062004