PSALMEN
Deze pagina is gemaakt door
www.bobru.nl

PSALM 61


Toevlucht tot God
(in Jezus Christus, onze Koning)

In d
eze psalm begint David met " de roep tot God ."
God de Heere, is het die redding kan en zal geven.
Daarom kan David deze psalm eindigen met lofzangen !!
Herkenbaar in het leven van de gelovigen.
Heel vaak roepen wij in nood tot God en geeft God ons redding....
Maar.... tussen vers 2 (het roepen tot God) en vers 9 (het loven van God)
ligt wel een belijdenis en een zicht op de Koning-Verlosser " Jezus Christus ".

David is in nood en hij roept, hij bidt, hij smeekt tot de Heere, zijn God.
O God ! Hoor naar mijn geschrei, merk op mijn gebed.(vers 2)
David spreekt zijn zorgen, verdriet, nood, zijn vreugde uit !!
 Ook al weet God al van elk woord op zijn tong .. (psalm 139 vers 4)....
Alles brengt hij bij de Heere.

En dan maakt ook de plaats niet uit, want waar David ook is... op welke plaats hij ook verblijft....
Eén ding staat voor hem vast :
" de Heere is een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor de vijand. " ( vers 4 )

Dat heeft David al meerdere keren ervaren en niet vergeten.
Zo moeten wij het ook niet vergeten wat de Heere allemaal in ons leven heeft gedaan.
Of zoals het in psalm 77 vers 12 staat :
Ik zal de daden des HEEREN gedenken: ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;
 

Dus als we geloven in de Heere, kunnen we alle levens-problemen wel overzien, wel overwinnen ?
Nee....niet vanuit ons zelf, want dat kunnen we lezen in vers 3 van deze psalm.
David roept van het einde des lands...
Hij is dus niet in Jeruzalem !!
Hij is niet bij de tent des Heeren !!!
Hij is op de vlucht !!!
David zijn hart is overstelpt ( bezwijkt), want zijn leven is in gevaar !!
En wat doet hij dan ?
Hij roept tot God : 
" Leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn. "
Deze situatie in het leven van David is voor hem niet overzien.
Hij kan deze situatie niet zelf overwinnen.
Het is te moeilijk, te hoog.....Hij weet niet wat hij moet doen !!
Heere... hoor mijn kreet van vertwijfeling.. hoor mijn schreeuwen
en til mij boven de problemen uit en zet mij veilig op een rotssteen.
David vraagt (roept, smeekt) de Heere :
" Breng mij terug naar de tabernakel in Jeruzalem
(de plek waar God was - in het midden van Zijn volk Israël)

David roept niet zo maar. Hij bidt niet zonder doel, zonder verwachting.
David bidt in geloof !!!
Ook al lijken de omstandigheden uitzichtloos...
Ook al lijkt het onmogelijk....
God heeft de middelen in Zijn hand om ons te beschermen;
ook al zijn deze voor ons onbegrijpelijk en niet zichtbaar.
In het geloof mogen wij het met David mee bidden :
 De Heere is " de Toevlucht, de sterke Toren voor de vijand. "

Met de Heere als Toevlucht en sterke Toren mogen we zelfs over de grenzen van de dood kijken!
David is er zeker van
- dat wie toevlucht zoekt bij de Heere (vers 5 )
- dat wie bescherming zoekt onder Gods vleugelen (vers 5)
- dat wie de Heere vreest ( allen die eerbied en ontzag hebben voor God ) (vers 6)

" eeuwig zal verkeren in Gods hut " (vers 5)
" het erfdeel des Heeren zullen hebben" (vers 6)

Maar waarom weet David het zo zeker dat hij eeuwig in Gods hut zal verkeren ?
Hoe kan David zó zeker van Gods erfenis zijn?
Het antwoord wordt in vers 7 en 8 gegeven !!

Gij zult dagen tot des konings dagen toedoen; zijn jaren zullen zijn als van geslacht tot geslacht;
Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten; bereid goedertierenheid en waarheid,
 dat zij hem behoeden.

Op het eerste gezicht lijken deze 2 verzen totaal niet in deze psalm te passen.
Bidt David hier voor zichzelf ?
Bidt David hier voor zichzelf als koning David ?
Wanneer de Heere de koning zegent, wordt ook het volk gezegend.
Of anders gezegd :
Gezegend is het volk met een koning die Heere vreest ( in de Heere geloofd)

Een gebed voor de koning is dus ook een gebed voor het volk,
want in Spreuken 20 vers 28 staat :
" Weldadigheid en waarheid bewaren den koning; en door weldadigheid ondersteunt hij zijn troon."

en in Psalm 21 vers 7 staat :
" Want de koning vertrouwt op den HEERE, en door de goedertierenheid des Allerhoogsten
zal hij niet wankelen."

 (!!!  Ook wij kunnen en mogen als gelovigen " een zegening "
voor andere -ook niet gelovige- mensen zijn !!!)

Maar David kijkt hier door de Heilige Geest verder...(over de grenzen van de dood heen)
Hij profeteert ( voorzegt ) hier van de aan hem beloofde Zoon, de Messias,
Die op zijn troon zal zitten.
Zijn Koninkrijk zal zijn van geslacht tot geslacht. (vers 7)
Hij zal eeuwig voor Gods aangezicht zitten (vers 8)

In Lukas 1 vers 32 en 33 wordt door de engel Gabriël tot Maria gezegd :
 Deze zal groot zijn, en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden;
en God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven.
En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.


In de Messias mogen wij Gods goedertierenheid en waarheid ontmoeten. (vers 8)
- dat is Gods Genade
- dat is Gods Barmhartigheid
- dat is Gods Liefde
- dat is Gods Waarachtige Trouw
- dat is Gods Vrede

Alleen door de Messias is er " eeuwig leven ."
Voor David, voor u en voor mij !!
Laten we daarom met David zingen :
Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid;
opdat ik mijn geloften betale, dag bij dag.
( vers 9)
 
 
 
31 december 2004 - Oudejaarsavond

In de auto lag mijn Bijbel op de passagiersstoel.
Een parkeerplaats was snel gevonden...
Ik pakte mijn Bijbeltje en wist eigenlijk nog niet wat ik zou gaan lezen.
Psalm 90 misschien... de oudejaarspsalm.
Of Psalm 121 .... nu mijn moeder met pijn en verdriet in het ziekenhuis lag.
Psalm 23 ..... Ik wist dat ze deze psalm mooi vond.
Waarom werd het dan psalm 61 ?

Toen het tegen acht uur liep en het bezoekuur bijna was afgelopen
vroeg ik mijn moeder of ik een stukje uit de Bijbel mocht lezen en mocht bidden.
Psalm 61 dus... Toevlucht tot God stond er boven.
 
Dat was precies wat ik voelde...

Mijn moeder
met pijn - vanwege haar gebroken heup
met verdriet - omdat ze zich zo eenzaam voelde
 machteloos  - ze moest vanwege een herseninfarct zo zoeken naar de juiste woorden.

 Moeder en zoon, zoon en moeder - toevlucht zoekend bij de Heere.
Dat had ze mij - zoals ook mijn vader - als klein kind al geleerd.



Mijn moeder knikte. Praten over het geloof was niet gemakkelijk voor haar.
Ze zei dan tegen mij : "dat weet ik wel ." Zingen dat deed ze wel graag.
Ik las met haar Psalm 61 - Toevlucht tot God.
Tijdens het lezen vroeg ik me bij vers 7 en 8 af
waarom ik toch deze psalm had gekozen ?
Het begin en het einde van de psalm kon ik nog wel plaatsen ...
" roepen tot God, rotssteen, Toevlucht, sterke Toren, Uw hut, Uw vleugelen " (vers 2,3,4 en 5)
" Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid " (vers 9)
Maar de verzen 7 en 8 die over de koning gaat  ????
Wat hebben die nu met mijn moeder en met mij te maken ????

Maandag 24 januari 2005 - mijjn moeder overlijdt

Om kwart over zes ging bij ons de telefoon.
Het was ernstig… Jullie moeten naar Gorcum komen.
Ondanks het file-tijdstip waren we snel in Gorcum.
In haar laatste uren mochten we bij haar zijn.
Heel even was het contact er nog.
Haar ademhaling veranderde … haar hartslag trager…..tot die ene ademtocht, die ene hartslag.
Maandagavond 24 januari - vijf over negen …. We mochten haar loslaten, Veilig in Jezus' armen.

Vrijdag 28 januari 2005 - mijn moeder wordt begraven

Mijn moeder had in een gesprek van zo'n anderhalf jaar geleden
een paar liederen genoemd en " het pepermuntdoosje van tante Toontje "
Ik heb afgelopen dinsdagmorgen naar het pepermuntdoosje gezocht.
Er zaten uitgeknipte gedichtjes in.
Twee regels van één van die gedichtjes omschreef precies de laatste uren van mijn moeder.
Gods vleugelen, God is een Toevlucht, het psalmzingen in eeuwigheid ...
Ongeveer 4  weken geleden had ik deze woorden in Psalm 61 met haar gelezen...
In haar laatste uren hebben we die zo mogen ervaren.
 

20 oktober 2005 - Gouden momenten met psalm 61

Waarom heb ik op oudejaarsavond 2004 met mijn moeder psalm 61  gelezen?
Wie is die koning uit de verzen 7 en 8 ?

Bij het overlijden van mijn moeder heeft de Heere ons omringt
Ja... de omstandigheden waren - als enig kind - niet te overzien, niet op eigen kracht te overwinnen.
Maar in die dagen heeft de Heere mij - boven al het verdriet, pijn en zorgen - op de rotssteen gezet.
Hij gaf mij een geweldige vrouw ( als hulp tegenover - zie Stille Tijd " Genesis 2 vers 20-25 ),
Hij gaf mij kinderen met gedichten en briefjes... Hij gaf mij familie en (on)bekende mensen.

Maar bovenal liet Hij mij  " het gouden moment van oudejaarsavond " zien.
De rotssteen van Psalm 61 vers 3 is de Koning van psalm 61 vers 7 en 8:
 
" Jezus Christus "
Alleen door Hem en in Hem mogen en kunnen wij eeuwig in Gods tent verkeren ...(vers 5)
Alleen door Hem mogen en kunnen wij  erfgenaam zijn ....(vers 6)
In Jezus Christus, dé Rotssteen is de Heere ons nabij !
( de gelijkenis van het huis op de rots en het zand - Mattheüs 8 vers 24 - 29)
Jezus Christus, Gods Zoon, is aan het kruis van Golgoltha gestorven voor onze zonden.
Wie in Hem gelooft, zal niet sterven, maar eeuwig leven !!!
In Johannes 11:25 staat :
 Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven;

Dát heb ik dus op Oudejaarsavond mogen lezen met mijn moeder !!!
Niet wetende dat zij 3 weken later zou overlijden !!!
De Heere heeft haar eeuwig gered en zal mij redden door de rots " Jezus Christus ".
Nu mag zij Zijn Naam psalmzingen in eeuwigheid (vers 9)
Veilig in Jezus' armen......

De fractie van één hartslag en niet meer
De afstand van een ademtocht, o Heer
Zo dicht bent U mij steeds blijven omringen
Nu mag ik voor Uw aangezicht eeuwig psalmzingen

Is dit allemaal toevallig ? Toeval bestaat niet !!
Toeval is Gods verborgen Leiding door de Heilige Geest !
Ik dank God dat Zijn verborgen Leiding mij zo'n moeder en voor mijn kinderen zo'n oma heeft gegeven.

Uw vleugelen, o Heer,
veilig en geborgen,
liefde en zorg; elke morgen
ervaren wij steeds weer.
 

Uw oog op ons, o Heer,

Uw verborgen Leiding in ons leven

in Jezus Christus gegeven
doet psalmzingen " U zij alle eer "
 

BoBru 20102005