|
Een
bergtocht is als een route voor het
leven.
Klimmend, dalend, breed, smal, soms
makkelijk, maar vaak moeilijk.
De vakantie in 2008 was in de Alpen bij
de Mont Blanc.
Moeder, vader en zoon ...
Op deze manier misschien wel de
allerlaatste keer.
Twee weken lang met elkaar wandelen.
Eerst samen, dan soms alleen, steeds
meer alleen.
Je jongste kind wordt groot.

Je
moet steeds meer loslaten. Ook met
wandelen. Hij is sneller....
Dat valt niet mee, maar je moet wel !!
In de afgelopen bergtochten liep
(alleen) hij voorop.
In het leven gaat hij straks ook alleen
!!!
Een bergtocht is als een route voor het
leven....

Bergen .... Psalm 121 !!!
Heere, gaat U met hem mee waar wij hem
moeten loslaten !
|
|
|
Loslaten .... |
|
Op vier uur dertig het doel
Het pad naar omhoog
Het shirt nog droog
Mijn rugzak die ik niet voel
Mijn adem gewoon
de wandelstok nog niet uitgeschoven
Op weg naar boven
Voor mij lopend mijn zoon
Hij makkelijk en snel
Samen, maar toch
Ik red het nog
nu nog wel....
Zwaar wordt mijn adem
Zwaar mijn rugzak
Hij op zijn gemak
ik nu 20 meter achter hem
Het gaat niet meer zo snel
Langzamer omhoog
Mijn shirt niet meer droog
maar hij redt het wel
Hij klimt nu alleen
Ik moet hem steeds meer loslaten
Hij heeft het in de gaten
Nog meer dan voorheen
Deze vakantie met je moeder en mij
Tré la Tête
Lac de Jovet
Is dat nu voorbij ?
Het doel is bereikt
Vele minuten voorbij
Pas dan door mij
Toekomstige werkelijkheid
Zo zal het verder gaan
Nu nog maar voor even
Straks ook in het leven
zal hij " zelfstandig " staan
Klimmen, dalen
Eigen tempo lopen
Op eigen krachten hopen
Zelf zijn route bepalen
Bij de bergen denk ik aan
Psalm 121 vers één
Mijn zoon gaat niet alleen
Heere, wilt U met hem mee gaan !
Want Uw hulp en kracht
is als schaduw aan zijn rechterhand
hoe groot ook "onze" afstand
U bent dichtbij, dag en nacht.
BoBru - 03082008
|
|
Psalm 121
1 Een lied Hammaaloth. Ik hef mijn
ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal.
2 Mijn hulp is van den HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
3 Hij zal uw voet niet laten wankelen; uw Bewaarder zal niet sluimeren.
4 Ziet, de Bewaarder Israels zal niet sluimeren, noch slapen.
5 De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw Schaduw, aan uw rechterhand.
6 De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.
7 De HEERE zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren.
8 De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der
eeuwigheid.
|
|

naar gedichten
|
|