|
Begint
u / jij de dag met God ???
In deze psalm roept, bidt,
overdenkt
en schikt David (zich) tot God.
Dit doet hij in de morgen....
Niet even vlug bidden.
Nee, hij begint zijn dag met " het ontmoeten
van God."
Alles wat hem bezig houdt,legt hij voor het Aangezicht
van Zijn Heere
en
Koning.
Zijn redenen, zijn overdenkingen.
Dit alles biddend en roepend.
Een beter begin kan er
niet zijn,
als je zo de dag begint.
Maar daarmee is over de ontmoeting met God, zijn HEERE nog niet alles
gezegd.
In vers 4 staat " ik zal mij tot U schikken,
en wacht houden."
David verwacht geduldig antwoord
en zal daar naar leven.

Dit in tegenstelling tot de goddelozen, de
leugensprekers,
zij die bedriegen en in ongerechtigheid leven.
Mensen die niets te maken willen hebben met God.
Je zou bijna gaan denken dat David het met zichzelf wel getroffen heeft.
Dat hij zich boven anderen plaatst,
zichzelf wel zeer gelovig
en geweldig
goed vindt.
Maar vers 8 laat duidelijk zien dat het geen "eigen prestatie"
is van David.
8) Maar ik zal door de grootheid Uwer goedertierenheid in Uw huis ingaan;
ik zal mij buigen naar het paleis Uwer heiligheid, in Uw vreze.
David kan alleen door " de grootheid van Uwer
(Gods) goedertierenheid " het huis van God ingaan.
En dat is het grote verschil met de goddelozen en de gelovigen.
Het is geen prestatie van David ( de gelovigen) zelf, maar van Gods
genade.
Alleen door Gods genade kan David de HEERE ontmoeten
en voor Zijn ogen
bestaan.
Hierdoor kan David de nieuwe dag beginnen.
Zonder Gods goedertierenheid zou de nieuwe dag zijn
als de
inktzwarte nacht vol met gevaren en belagers.
Het gebed van David is dan ook : "HEERE, leid mij in Uw
gerechtigheid.
Wijs mij de weg en red mij van mijn belagers."
Als David aan zijn belagers (vijanden) denkt, bidt hij om Gods
rechtspraak.
Dan zullen zij, die alles verdraaien, die bewust niet willen luisteren naar God,
die
steeds weer bewust Gods wetten overtreden, vergaan.

Dat geeft David moed
voor de komende dag.
Maar het gaat nog verder,
het gaat nog dieper...
David roept de gelovigen
in deze psalm op
om zich te verblijden.
Waarom blij zijn met zoveel belagers
(vijanden)
en de zorgen voor de nieuwe
dag ?
Het antwoord is te lezen
in vers 12 en 13
van deze psalm.
Iedereen die op God vertrouwt
mag juichen, mag opspringen van vreugde
tot
in der eeuwigheid,
want God zal hen zegenen,
zal hen met goedgunstigheid
kronen
Wat een verschil met Davids belagers,
die in de eeuwigheid niet
zullen bestaan.
3) Merk op de stem mijns
geroeps, o mijn Koning en mijn God!
Want tot U zal ik bidden.
4) Des morgens, HEERE, zult Gij mijn stem horen;
des morgens zal ik mij tot U schikken, en wacht houden.
Een prachtig begin van de nieuwe dag,
die mij doet denken aan "Gods grote dag."
Eens
zal op die grote morgen
klinken het bazuingeschal.
Dan zal Jezus wederkomen
als de Rechter van 't heelal
Eens zal op die grote morgen
Jezus macht worden erkend
Dan zal ieder mens beseffen,
Dat Gods Woord geen leugens kent.
|